Jan en alleman.
Alleman is een koppeling van alle man, en wil eigenlijk zeggen: iedereen. Het veelvuldig gebruik van alleman, ook in den 2de naamval (allemansgading, allemansvriend, allemansgek), in de volksspraak, gaf aanleiding tot de schertsende bijvoeging van Jan (als meest voorkomende voornaam), waardoor dan het woord bij wijze van eigennaam gebruikt werd, om alle mensen als een enkelen persoon aan te duiden. Deze uitdrukking wordt veelal met hoofdletters geschreven: Jan Alleman, iedereen.
Uit misverstand begon men later de beide delen te scheiden door de invoeging van en, en zo ontstond de hedendaagse zegswijze Jan en alleman.
Boven Jan zijn
Boven Jan zijn betekent de moeilijkheden te boven zijn. In Vlaanderen ook: tot welstand gekomen zijn. In het land van Waas vindt men de variaties: Jan uit zijn, (in het kaartspel) slagen genoeg hebben om te winnen, en Jan uit zijn, gewonnen hebben, uit de nood zijn.
Een huishouding van Jan Steen
Een huishouden van Jan Steen is een huishouding waar de grootste wanorde heerst, iedere regel en netheid ontbreken; oftewel een huishouding, waarin het, als bij de schilder Jan Steen, onordelijk toegaat, zoals men op een door hem zelf geschilderd doek kan zien.
Janboel
Het is hier een Janboel! Dat wil zeggen, een onhebbelijke drukte, lawaai. Ook wel: een onordelijke rommel, of zoals men in de Wormer zegt een uieboel (Boekenoogen, 1089); In het stads-gronings wordt een janboedel gezegd. Het woord wil eigenlijk zeggen een ′boel′, zooals men bij een Jan, een sukkel, een knul waarneemt.
Jan(tje) van Leiden
De volledige uitdrukking is: zich ergens met een Jantje van Leiden van afmaken, ofwel zich met een ′mooi praatje′ van iets afmaken. Jan van Leiden of Jan Beukelszoon, het hoofd der Wederdopers, stond in de 17de eeuw bekend als een man ′die door syne bedriechlicke scherpsinnicheydt ende cloeckheydt′ de mensen wist te bedriegen.
Een geschiedschrijver uit die tijd spreekt van zijn ′loos verciersel′ (verzinselen), zijn ′schalck en gheveynst′ (slim en schijnheilig) gemoed en zijn ′vleyende redenen′.(vleiende zinsnedes). Hij stond dus bekend als een mooiprater. (…) Hieruit heeft zich de tegenwoordige betekenis van ′ontwijkende praatjes′ ontwikkeld. ″Zo maakt men een aflegger met Jan van Leiden″, dat zegt men wanneer men iets niet uitleggen wil.
Naast deze zegswijze is ook bekend: Het loop met een Jantje van Leiden af, d.w.z. met iets onbetekenends aflopen, op niets uitlopen.
Deze beschrijving is gebaseerd op beschrijvingen van (de erven) F.A. Stoett zoals te vinden op dbnl.nl.
Weet jij er nog meer?
Door: De Redactie
| 07-10-2009